Rekenniveau

Mijn kind haalt mooie rapportcijfers, hoe kan het dan dat zijn/haar rekenniveau tegenvalt?

Op school onderscheidt men methodegebonden toetsen en toetsen vanuit het zgn. leerlingenvolgsysteem (LVS). De resultaten vanuit de methodegebonden toetsen vindt u terug op het rapport die uw kind zo’n 3x per jaar meekrijgt.

Deze toetsen geven over het algemeen een heel ander beeld dan de toetsen vanuit het LVS. De reden daarvan ligt in het feit dat de rekenmethodes toetsen afnemen over datgene wat recent in de klas is behandeld. Met name basale rekenvaardigheden worden getoetst, terwijl het LVS toetst om te kijken wat het kind kan/niet kan en wat het behoort te kunnen. In het geval van rekenen worden er opgaven aangeboden die vanuit de context opgelost dienen te worden (de zogenaamde redactiesommen).

Belangrijker dan deze methodegebonden toetsen zijn de toetsen vanuit het LVS. Deze toetsen worden 2x per jaar voor diverse onderdelen afgenomen.

In groep 3 en verder zien we volgende toetsen: technisch lezen, begrijpend lezen, woordenschat, spelling, rekenen/wiskunde, taalschaal (taal), AVI en DMT (technisch lezen in zinnen en binnen een bepaalde tijd en technisch lezen in woorden binnen een bepaalde tijd). De toetsen voor taal, begrijpend lezen, rekenen en spelling worden als de belangrijkste gezien.

Wat is nu het rekenniveau van mijn kind?

Vanaf groep 4 worden dus jaarlijks 2 toetsen afgenomen, de Middentoets (M4,M5,M6,M7 en M8) en de Eindtoets (E4, E5, E6 en E7). Deze toetsen vormen de doorgaande lijn die belangrijk is voor het niveau waarop uw kind presteert. Naast het Volgsysteem is het advies van de school bepalend voor het uiteindelijke advies dat uw kind meekrijgt richting het Voortgezet Onderwijs.

Deze toetsen worden in heel Nederland, op bijna alle scholen, afgenomen. Hierdoor is CITO goed in staat de scores uit te drukken in een percentiel. Met andere woorden, hoe verhoudt uw kind zich ten opzichte van alle andere kinderen die in dezelfde groep zitten.

Waarom heeft CITO de normering aangepast?

Afgelopen jaar heeft CITO de relatieve score, dus hoe de toetsresultaten zich verhouden tot de resultaten van andere leerlingen in Nederland, aangepast. Leerlingen van nu maken de toetsen over het algemeen beter dan enkele jaren geleden, toen de toetsnormering werd vastgesteld. Om tot de 20 procent hoogst scorende leerlingen te behoren, heeft een leerling nu een hogere (absolute) score nodig dan destijds. Dit kan betekenen dat een score op de toets van bijvoorbeeld ‘30 vragen goed’ nu tot niveau II wordt gerekend, terwijl dat voorheen niveau I was.

De scores van de toetsen werden in het verleden aangeduid met A t/m E, maar zijn inmiddels verscherpt tot de niveaus I t/m V. Hieronder vindt u een overzicht van deze scores.

rekenniveau dagelijksrekenen

Voorbeeld profiel leerling

overzicht resultaten dagelijksrekenen